Berichten

Perfectionisme en burn-out

Perfectionisme en burn-out: gedoemd om te falen?

Wanneer je last hebt van burn-out klachten kun je vaak rekenen op goedbedoeld advies van mensen uit je omgeving. ‘Maak je niet zo druk!’ ‘Je moet de dingen gewoon meer loslaten’.  ‘Wees niet zo perfectionistisch!’  Want ja, perfectionisme is immers een van de grote valkuilen voor het krijgen van een burn-out… Of toch niet? Er worden veel onderzoeken gedaan naar de relatie tussen bepaalde karaktertrekken en burn-out klachten. De eigenschap ‘Perfectionisme’ krijgt daarbij steeds meer aandacht: in de afgelopen 20 jaar zijn er zo’n 43 studies gedaan naar de relatie ervan met burn-out.

Wat is perfectionisme?

Uit de literatuur  weten we inmiddels dat perfectionisme multidimensionaal is, waarbij in onderzoek perfectionisme met name wordt gezien als een combinatie van twee componenten. De eerste is ‘prestatiegericht perfectionisme’ en gaat over het hebben van een buitengewoon hoge standaard voor het eigen kunnen. Daarnaast is er nog ‘zelfkritisch perfectionisme’, waarbij je extreem kritisch naar jezelf kijkt en je zorgen maakt over het maken van fouten, met als centrale vraag “ben ik wel goed genoeg?” Deze twee componenten worden in onderzoeken vaak als aparte voorspellers gebruikt omdat zij wezenlijke andere karakterkenmerken vertegenwoordigen: prestatiegericht perfectionisme zou ook wel gezien kunnen worden als ambitie, en zelfkritisch perfectionisme als het hebben van een negatief zelfbeeld en slecht inzicht in het eigen kunnen.

De verbitterde zelfcriticus

Betekent dit ook dat deze componenten op een andere manier verband houden met het krijgen van een burn-out? Om hier antwoord op te kunnen geven hebben twee Engelse onderzoekers voor het eerst alle resultaten samengenomen en geanalyseerd van alle studies die de afgelopen 20 jaar gedaan zijn naar perfectionisme en burn-out.  Uit deze analyse bleek dat hoe hoger men scoort op zelfkritisch perfectionisme, hoe groter de kans was op het krijgen van een burn-out. Ook vertoonde zelfkritisch perfectionisme een sterke relatie met alle drie de onderzochte klachtgebieden van burn-out: verlaagde persoonlijke prestaties, vermoeidheid en zelfvervreemding. Je kunt vaak veel stress ervaren van het gevoel dat hieruit voortkomt: bijvoorbeeld dat je niet goed genoeg bent en je bang bent om fouten te maken. Daarbij komt dat in werksituaties deze relatie nog sterker blijkt: wanneer je met deze eigenschap ook nog onvoldoende erkend wordt voor je prestaties, ligt cynisme en daaropvolgend burn-out op de loer.

De ambitieuze doelensteller

Goed, tot zover klinkt dit allemaal vrij logisch. In contrast lijkt  prestatiegericht perfectionisme een heel andere relatie te vertonen met burn-out. Deze eigenschap heeft namelijk geen negatieve invloed op het ontwikkelen van burn-out, maar biedt zelfs in lichte mate bescherming tegen het ontwikkelen ervan.  Dat komt omdat het hebben van hoge standaarden en verwachtingen ervoor zorgt dat je op een proactieve manier handelt om deze doelen te bereiken. Deze manier van werken geeft voldoening, zeker als je je doelen ook daadwerkelijk bereikt.

Dit onderzoek laat zien dat, hoewel perfectionisme zeker ook zijn negatieve kanten heeft, bepaalde kanten ervan je ook kunnen helpen het beste uit jezelf te halen zonder jezelf te overbelasten. Belangrijk hierbij is dat perfectie niet het noodzakelijk criterium van succes is, maar dat de focus ligt op flexibiliteit, effort en doorzettingsvermogen. De goede kant van perfectionisme kun je alleen benutten, als je het niet halen van deze doelen ziet als iets waar je van kunt leren en je jouw interne zelfcriticus je dergelijke fouten laat vergeven. Dus: stel jezelf dus gerust doelen die je zou willen bereiken, maar focus je met name op de weg ernaartoe!

Bron: Andrew Hill & Thomas Curran, 2015. Multidimensional Perfectionism and Burnout: A Meta-Analysis. Personality and Social Psychology Review. 

Myrle Stouten-KempermanDeze blog is geschreven door drs. Myrle Stouten-Kemperman. Momenteel is Myrle promovendus en schrijft een proefschrift over de neuro-psychologische effecten van de behandeling van kanker. Zij is bijzonder geboeid door de hersenen en het cognitief functioneren. Myrle is verbonden aan BRN-OUT als neuro-psycholoog.

Myrle Stouten-KempermanNeuro-psycholoog en neuro-wetenschapper

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Miranda

In mijn traject bij BRN-OUT had ik Marc Harens als vaste coach en running therapeut. Ik heb Marc als een fantastische burn-out coach ervaren. Marc gaat uit van buiten en in beweging zijn. Hij geeft je de tijd en ruimte die je nodig hebt en tuned volledig op je in. Dit maakt dat hij loepzuiver ziet en aanvoelt waar jouw valkuilen liggen en de patronen zitten die je uiteindelijk in de burn-out hebben gebracht. Door dit continue gespiegeld te krijgen kreeg ik uiteindelijk echt door waar het om ging en wat ik continue deed, zodat ik in staat was om echte verandering in te zetten en meer voor mezelf en wat ik nodig had te kiezen. Het buiten zijn en de running therapie heeft voor mij helend gewerkt. Marc is niet zomaar een burn-out coach. Hij gaat met je aan de slag en laat je pas gaan als hij echt heeft bereikt wat hij wil bereiken: namelijk iemand die op eigen kracht uit burn-out is gekomen. Heel erg veel dank Marc!

 

Miranda heeft het Exclusieve No Cure, No Pay Traject doorlopen en is inmiddels weer met plezier en energie aan het werk. Daarnaast voelt ze zich fitter, sterker en heeft ze meer “balans” in haar leven. Miranda heeft als ondernemer doorgewerkt tijdens het begeleidingstraject. In haar werk heeft ze bepaalde uitvoerende taken afgestoten, zodat ze zich volledig op haar managementfunctie kan richten. Daarnaast is ze een nieuw programma gestart waar ze haar passie in kwijt kan.

Het brein en stressreactie

Je brein in de ban van stress

In de vorige blogs (cognitieve beperkingen bij een burn-out en cognitieve problemen bij een burn-out; de dagelijkse realiteit) hebben jullie kunnen lezen over de effecten van burn-out op cognitie. Maar achter cognitieve functies schuilt natuurlijk een zeer belangrijk orgaan: je brein. Hoe zit het daar eigenlijk mee als je stress hebt? Dr. Ilya Veer van de Universiteit Leiden onderzocht het.

Fight, flight or freeze

Wanneer je te maken krijgt met een stressvolle gebeurtenis, is je brein het eerste dat reageert. Dit begint bij de amygdala, dat onderdeel uitmaakt van het circuit dat onder andere betrokken is bij angstregulatie. Razendsnel worden er dan vervolgens door het autonome zenuwstelsel, dat via de hersenstam in verbinding staat met de amygdala, stresshormonen (zoals adrenaline en noradrenaline) aangemaakt. Dit maakt dat je in staat bent direct, zelfs onbewust, te reageren op de stressvolle situatie. Tegelijkertijd treedt er ook nog een tweede, langzamer systeem in werking (via de hypothalamus-hypofyse-bijnierschors (HPA)-as), met als resultaat de verhoging van het stresshormoon cortisol. Dit tweede systeem dient tevens als een rem: als de stresssituatie voorbij is en je brein niet langer gevaar ziet, dalen de cortisol waarden weer en krijgt je systeem een seintje waardoor je weer in optimale balans komt, ook wel homeostasis genoemd. Dit herstel ervaar je als het wegebben van het gestresste gevoel.

De stress voorbij

Wat we echter nog niet precies weten is hoe je brein omgaat met de ‘aftermath’ van een stressvolle situatie. Veer onderzocht of netwerken in ons brein anders communiceren na stress dan ervoor. Om een stresssituatie te creëren, lieten de onderzoekers een deel van de deelnemers spontaan een presentatie voorbereiden voor een commissie van bekenden – een test voor sociale stress. Een uur na deze test werd er een MRI scan van de hersenen gemaakt terwijl mensen rustig stil lagen (een zogenaamde Resting State fMRI). Verder werd ook het effect van stress op het werkgeheugen gemeten. Bij deze test moesten mensen op een knop drukken als ze een bepaalde letter op een scherm zagen verschijnen. In de tussentijd verschenen er plaatjes van neutrale en negatief emotioneel geladen beelden (de ‘afleiders’) die mensen moesten negeren.

In dit onderzoek werd gevonden dat het voor mensen die de stress test hadden moeten ondergaan lastiger was de negatieve emotionele plaatjes te negeren. Dit uitte zich onder andere in verhoogde hersenactiviteit van de amygdala. Andere delen van het brein, die juist verantwoordelijk zijn om hier controle over te houden vertoonden juist minder activatie. Het lijkt er dus op dat we geneigd zijn om zelfs een uur na een stress situatie meer aandacht te besteden aan informatie die negatief emotioneel geladen is. Verder zagen de onderzoekers dat tijdens de Resting Stage fMRI de amygdala sterker communiceerde – ook wel functionele connectiviteit genoemd- met andere netwerken in het brein in de nasleep van stress. In dit geval ging het om gebieden die betrokken zijn bij emotieregulatie en het autobiografisch geheugen. Maar wat betekent dit nu precies? Wellicht is je brein op dat moment nog steeds bezig de stressvolle ervaring te analyseren, zo zegt Veer. Dit is interessant omdat er op dat moment geen andere fysiologische kenmerken van stress meetbaar waren, zoals een verhoogde hartslag. Wel hadden de mensen die de stress test hadden ondergaan nog hogere cortisolwaarden.

Vervolgonderzoek

Omdat we eigenlijk nog heel weinig weten over waarom de ene de persoon beter met stress om kan gaan dan de ander, kan dit onderzoek een opstap zijn naar vervolgonderzoek. Dit onderzoek laat immers zien dat er ook langere tijd na een stressmoment effecten te zien zijn in het brein. Wellicht kunnen in de toekomst mogelijk beter inschatten wie kwetsbaar is voor stress, en kunnen stress gerelateerde ziekten zoals depressie en burn-out beter behandeld worden.

Bron: https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/31594 

Myrle Stouten-KempermanDeze blog is geschreven door drs. Myrle Stouten-Kemperman. Momenteel is Myrle promovendus en schrijft een proefschrift over de neuro-psychologische effecten van de behandeling van kanker. Zij is bijzonder geboeid door de hersenen en het cognitief functioneren. Myrle is verbonden aan BRN-OUT als neuro-psycholoog.

Myrle Stouten-KempermanNeuro-psycholoog en neuro-wetenschapper

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Runtervention

RUNtervention: ren jezelf je burn-out uit

Bewegen als middel tegen psychische klachten is hot. De laatste tijd komen we in het nieuws steeds vaker berichten tegen dat beweging niet alleen een positieve werking heeft op het lichaam, maar ook op de geest. Verschillende studies hebben laten zien dat regelmatig bewegen in positieve zin kan bijdragen aan het welzijn (denk aan stemming, slaap en zelfbeeld) en aan het cognitief functioneren. Ook voor depressieve klachten en angstklachten wordt beweging al als interventie ingezet om klachten te reduceren.

Hardlopen en mentale gezondheid: het RUNtervention onderzoek

In de burn-out behandeling van BRN-OUT is regelmatig bewegen ook een vast en belangrijk onderdeel, dat door veel deelnemers positief beoordeeld wordt. Nu is er echter nog weinig onderzoek gedaan naar beweging als behandeling van burn-out. In 2014 is hierom het onderzoek ‘RUNtervention’ van start gegaan aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Juriena de Vries van de onderzoeksgroep ‘Work, Health & Performance’. Dit onderzoek richt zich op het verminderen van werkgerelateerde klachten (zoals vermoeidheid en burn-out) door middel van beweging.

Het doel van het RUNtervention onderzoek is tweeledig: Aan de ene kant wil de Vries gaan onderzoeken of regelmatig hardlopen vermoeidheid en stressklachten kan verminderen. Aan de andere kant is de vraag of regelmatig hardlopen de (mentale) gezondheid en werkgerelateerde uitkomsten kan verbeteren. Bij (mentale) gezondheid kun je denken aan het geloof in eigen kunnen, cognitief functioneren en welbevinden. Onder werkgerelateerde uitkomsten vallen bijvoorbeeld je productiviteit, werkbeleving en werkvermogen.

Spelen andere factoren dan geen rol?

Om dit onderzoek goed te kunnen uitvoeren is het belangrijk om twee groepen mensen te vergelijken: een groep werknemers met werkgerelateerde klachten die het hardloopprogramma van het onderzoek volgen, versus een groep werknemers die pas in een later stadium gaat beginnen met het hardloopprogramma. Het is belangrijk om het onderzoek op deze manier op te zetten om zo goed mogelijk de bijdrage van het hardlopen aan de klachten te kunnen onderzoeken. Tegelijkertijd kan zo ook onderzocht worden wat het natuurlijk verloop van klachten is bij deelnemers die niet hardlopen. Deelnemers hebben 50% kans om in de groep terecht te kunnen die onmiddellijk het hardloopprogramma aangeboden krijgt. Bij beiden groepen worden er dan voorafgaand aan de start van het programma enkele testen afgenomen.

Natuurlijk is het wel belangrijk om rekening te houden met andere factoren dan het hardlopen die van invloed kunnen zijn op de resultaten. Daarom kunnen er alleen deelnemers meedoen aan het onderzoek die momenteel niet onder psychologische behandeling zijn, medicijnen nemen om hun klachten te verminderen of zelf al heel regelmatig sporten. In totaal hoopt de Vries 120 deelnemers te werven die verdeeld worden over de twee groepen. Tijdens het onderzoek lopen deelnemers gedurende 6 weken drie keer per week hard, waarvan twee keer onder begeleiding. De nadruk ligt hierbij niet op het presteren, maar op je prettig voelen tijdens het bewegen. Daarom gebeurt het hardlopen ook in rustig tempo.

Moet ik nu hardloopschoenen gaan kopen?

Over ongeveer een jaar zijn naar verwachting de eerste onderzoeksresultaten bekend. Natuurlijk zijn we heel benieuwd of RUNtervention het goede gevoel kan bevestigen dat veel mensen ervaren, nadat ze heerlijk hebben hardgelopen in een periode waarin je goed voelen niet vanzelfsprekend is. Hoe dan ook zullen de resultaten na publicatie hier uitgebreid terug te lezen zijn.

Bron: Voor meer informatie over Juriena de Vries: http://www.ru.nl/bsi/research/work-stress-health/abstracts-phd/vries-juriena-de en het RUNtervention onderzoek: http://www.runtervention.nl.

Wetenschappelijke achtergrondliteratuur

Bernaards CM, Jans MP, Van den Heuvel, SG, Hendriksen, IJ, Houtman, IL, Bongers, PM (2006). Can strenuous leisure time physical activity prevent psychological complaints in a working population? Occup Environ Med 63: 10-16. doi: 10.1136/oem.2004.017541

Feuerhahn N, Sonnentag S, Woll A (2014) Exercise after work, psychological mediators, and affect: A day-level study. Eur J Work Organ Psychol 23: 62-79. doi:10.1080/1359432X.2012.709965

Gerber M, Brand S, Elliot C, Holsboer-Trachsler E, Pühse U, Beck J (2013). Aerobic exercise training and burnout: a pilot study with male participants suffering from burnout. BMC Research Notes 6: 78. doi: 10.1186/1756-0500-6-78

Jonsdottir IH, Rödjer L., Hadzibajramovic E., Börjesson M, Ahlborg G (2010) A prospective study of leisure-time physical activity and mental health in Swedish health care workers and social insurance officers. Preventive Medicine 5: 373-377. doi:10.1016/j.ypmed.2010.07.019

 

Myrle Stouten-KempermanDeze blog is geschreven door drs. Myrle Stouten-Kemperman. Momenteel is Myrle promovendus en schrijft een proefschrift over de neuro-psychologische effecten van de behandeling van kanker. Zij is bijzonder geboeid door de hersenen en het cognitief functioneren. Myrle is verbonden aan BRN-OUT als neuro-psycholoog.

Myrle Stouten-KempermanNeuro-psycholoog en neuro-wetenschapper

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Cognitieve problemen bij een burn-out

Cognitieve problemen bij burn-out: de dagelijkse realiteit?

Wanneer we het hebben over cognitieve problemen (bijvoorbeeld geheugen- en concentratieproblemen) dan is het belangrijk onderscheid te maken tussen cognitieve klachten en cognitieve prestaties. Iemand kan zelf het gevoel hebben cognitief slecht te presteren maar dit hoeft niet altijd zo te zijn. Andersom is ook mogelijk: je hoeft niet altijd klachten te ondervinden van een cognitief mindere prestatie. Dit noemen we de discrepantie tussen subjectief en objectief cognitief functioneren. Om meer te weten te komen over hoe iemand echt presteert, dus objectief gezien, worden cognitieve tests gebruikt -ook wel neuropsychologische tests genoemd. Er zijn heel veel verschillende soorten tests omdat er ook veel verschillende cognitieve domeinen zijn. Zo zijn er tests die aandacht meten, maar ook tests voor geheugen (verbaal of visueel), verwerkingssnelheid en concentratie.

Cognitieve prestatie: algemeen of specifiek?

Er zijn voor burn-out relatief weinig onderzoeken gedaan naar cognitieve prestatie. Zoals in een eerdere blog al genoemd is, rapporteren mensen met burn-out wel vaak cognitieve klachten, zoals problemen met concentratie en geheugen. Enkele studies hebben geprobeerd deze klachten door middel van cognitieve tests te objectiveren. Deze studies geven wel een indicatie dat er inderdaad problemen zijn met cognitieve functies bij mensen met burn-out, maar geven nog geen goed antwoord op de vraag of dit meer globale problemen zijn of problemen in een specifiek domein.

Recentelijk is er in Nederland aan de Radboud Universiteit in Nijmegen een studie uitgevoerd door Oosterholt en collega’s (Oosterholt et al., 2014). Uniek aan deze studie is dat zij gekeken hebben naar cognitieve prestatie in drie aparte groepen, namelijk 1) bij mensen die gediagnosticeerd waren met burn-out, 2) bij mensen met burn-out klachten maar zonder officiële diagnose en 3) bij mensen zonder burn-out klachten. De tests die zij in dit onderzoek gebruikten waren vooral geschikt om een indicatie te geven over het globaal cognitief functioneren en het executief functioneren – op dat laatste doe je een beroep wanneer je bijvoorbeeld snel moet wisselen tussen verschillende taken. Uit al deze tests kwam naar voren dat mensen met een burn-out diagnose taken significant langzamer doen dan mensen zonder burn-out, ook al behaalden ze wel vergelijkbare resultaten (objectief). Dit kan een signaal zijn dat deze mensen meer moeite hebben met algemene cognitieve verwerking, niet specifiek gebonden aan een bepaald domein. Desondanks rapporteerde de groep met burn-out diagnose wel dat de tests hen veel moeite kostte, significant meer dan de andere twee groepen (subjectief).

De dagelijkse realiteit

Betekent dit nu dat mensen met een burn-out diagnose in het dagelijks leven prima kunnen functioneren wanneer ze hier meer moeite voor doen en langer de tijd krijgen? Zo simpel ligt het helaas niet. We weten al langer dat veel cognitieve tests geen een-op-een relatie laten zien met hoe iemand zijn cognitief functioneren dagelijks ervaart. Ook kan iemand het prima doen op een cognitieve test, maar deed deze persoon het voor zijn burn-out wellicht nóg beter. Dit kun je alleen weten wanneer je een persoon langer in de tijd kunt volgen, het liefst voor en na een burn-out. Voorlopig blijft het dus nog belangrijk om onderzoek te doen naar het verloop van cognitieve prestaties, in relatie tot cognitieve klachten in het dagelijks leven.

Bron: Bart G. Oosterholt, Joseph H. R. Maes, Dimitri Van der Linden, Marc J. P. M. Verbraak1, and Michiel A. J. Kompier. Cognitive performance in both clinical and non-clinical burnout. Stress, 2014.

 

Myrle Stouten-KempermanDeze blog is geschreven door drs. Myrle Stouten-Kemperman. Momenteel is Myrle promovendus en schrijft een proefschrift over de neuro-psychologische effecten van de behandeling van kanker. Zij is bijzonder geboeid door de hersenen en het cognitief functioneren. Myrle is verbonden aan BRN-OUT als neuro-psycholoog.

Myrle Stouten-KempermanNeuro-psycholoog en neuro-wetenschapper

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Cognitieve beperkingen bij een burn-out

Cognitieve beperkingen bij burn-out

Bij mensen met een burn-out klinken de termen vermoeidheid, moeite met concentreren en onthouden en verminderde motivatie vaak bekend in de oren. Maar betekent dit nou dat je, als je een burn-out hebt, ook daadwerkelijk slechter functioneert? En zo ja, welke mechanismen zitten hier dan achter? Klinisch psycholoog Arno van Dam  promoveerde in april 2013 op zijn onderzoek naar aanhoudende cognitieve beperkingen bij burn-out. Een onderzoek dat een aantal interessante inzichten opleverde.

Prestatie en vermoeidheid

Zoals eerder onderzoek al heeft aangetoond, lijken mensen met een burn-out vooral slechter te presteren op taken die complex zijn, bijvoorbeeld wanneer je je op meerdere dingen tegelijk moet concentreren. Wanneer mensen met een burn-out zo’n ingewikkelde taak moeten doen maken zij meer gebruik van een minder effectieve strategie die minder inspanning vergt. Echter, mensen ervaren wel veel spanning tijdens het doen van zo’n taak. Daarom is het niet waarschijnlijk dat mensen expres een minder effectieve strategie gebruiken maar lijkt dit een aanwijzing voor cognitieve beperkingen.

Het kan ook zijn dat mensen onbewust een minder effectieve strategie gebruikten omdat ze niet gemotiveerd waren om zich in te spannen. Om dit te testen deed iedereen het taakje nog eens, maar dit keer werd aan iedereen verteld dat diegene die het beste zou presteren een financiële beloning zou krijgen. Hieruit bleek duidelijk dat de prestaties van mensen met burn-out moeilijk van buitenaf beïnvloedbaar zijn. Sterker nog, het helpt averechts wanneer je mensen met een burn-out probeert te motiveren door ze geld te geven bij betere prestaties: de aversie tegen het uitvoeren van de taak wordt dan alleen nog maar groter.

Aan een gebrek aan motivatie (willen) ligt het volgens van Dam daarom niet, maar eerder aan het niet in staat zijn om beter te kunnen presteren door cognitieve beperkingen. Overigens heeft die slechtere prestatie ook niet speciaal iets te maken met de beleving  die mensen met burn-out hebben van eigen vermoeidheid. De relatie tussen  hoe zij hun vermoeidheid beoordeelden en hun prestatie was vergelijkbaar met mensen die bijvoorbeeld depressief of angstig waren.

Herstel

Er is tot op heden nog maar weinig onderzoek gedaan naar herstel van burn-out op de lange termijn. Uit het onderzoek van van Dam bleek dat 85% van de deelnemers -die allemaal cognitieve gedragstherapie hadden gehad- na twee jaar niet meer voldeed aan de diagnose burn-out. Uitstekend nieuws, zou je zeggen. Toch ervoeren deze mensen nog steeds meer uitputting, vermoeidheid, depressieve klachten en algemene psychopathologie dan mensen die geen burn-out hebben gehad. Goed herstel van burn-out is, mede dankzij steeds effectievere behandelmethoden, dus zeker mogelijk. Echter het traject naar volledig herstel neemt doorgaans wel veel tijd in beslag.

Bron: Het volledige proefschrift van dr. Arno van Dam kunt u hier downloaden: https://www.researchgate.net/publication/256456700_Studies_on_cognitive_performance_in_burnout.

Myrle Stouten-KempermanDeze blog is geschreven door drs. Myrle Stouten-Kemperman. Momenteel is Myrle promovendus en schrijft een proefschrift over de neuro-psychologische effecten van de behandeling van kanker. Zij is bijzonder geboeid door de hersenen en het cognitief functioneren. Myrle is verbonden aan BRN-OUT als neuro-psycholoog.

Myrle Stouten-KempermanNeuro-psycholoog en neuro-wetenschapper

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Verzuimkosten burn-out

Burn-out en verzuimkosten

Burn-out, stress en andere oorzaken voor werk gerelateerd ziekteverzuim zijn in toenemende mate in het nieuws. Dat is niet vreemd, aangezien een derde van het ziekteverzuim in Nederland wordt veroorzaakt door werk gerelateerde psychische klachten. Daarmee is psychosociale arbeidsbelasting de meest voorkomende beroepsziekte. In november 2014 heeft Minister Asscher de week van de werkstress gelanceerd. Dit is onderdeel van een vierjarig programma vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In Nederland heeft 12,5% van de werknemers last van negatieve werkstress, waardoor ze burn-out klachten hebben. Het stress gerelateerde ziekteverzuim is in 2014 acht keer zo hoog als in 2009 volgens de cijfers van ArboNed.

Bij burn-out is de gemiddelde verzuimduur gestegen van 189 dagen in 2011 naar 242 dagen in 2016. Een jaar heeft 255 werkdagen, dus dit komt neer op een gemiddeld verzuim van ruim 11 maanden. Hiermee is het ook één van de langst durende oorzaken van verzuim.

Burn-out en stress gerelateerd verzuim kost werkgevers in Nederland 2,2 miljard euro per jaar, volgens de cijfers van TNO over het jaar 2012. Dit zijn de kosten voor de verzuimdagen en hier komen nog de kosten bij voor onder andere begeleiding, vervanging en productieverlies. Hierdoor zijn de totale verzuimkosten een stuk hoger dan de loonkosten. Een recente studie van TNO stelt dat de totale verzuimkosten 2,2 keer zo hoog zijn.

Dit zijn astronomisch hoge bedragen, maar wat betekent dit nu voor uw organisatie?

Burn-out in uw bedrijf

Op het moment dat uw medewerker ziek is, komt er veel op u af. Niet alleen organisatorisch, maar ook financieel en administratief. U krijgt te maken met vervanging, verhoogde werkdruk bij collega’s, loondoorbetaling, verzuimbegeleiding en verschillende instanties met administratieve eisen.

In Nederland is de werkgever verplicht om twee jaar lang minimaal 70% van het loon van de zieke medewerker door te betalen (wet WULBZ). In de meeste gevallen is er echter in een CAO of arbeidsovereenkomst geregeld dat de werkgever het bedrag aan dient te vullen tot 100% van het salaris, zonder maximum. Een zieke medewerker kost gemiddeld 250 euro per dag aan loonkosten (brutoloon plus werkgeverslasten).

De werkgever kan een verzuimverzekering afsluiten afsluiten voor de loondoorbetaling bij ziekte van de werknemer. Een grove indicatie van de kosten van deze verzekering zijn 5% van de jaarlijkse totale loonkosten plus 100 euro per werknemer per jaar.

Naast de wettelijke verplichting tot doorbetaling van het salaris is de werkgever ook verantwoordelijk zorg te dragen voor de re-integratie (Wet Verbetering Poortwachter). Waarbij de werkgever ook sancties opgelegd kan krijgen bij onvoldoende inspanning. Voor meer informatie over de wettelijke verplichtingen kunt u contact met ons opnemen.

Mocht u een goede verzuimverzekering hebben, dan is de loondoorbetaling gedekt. De extra belasting op uw organisatie en de directe collega’s, alsmede de kosten van vervanging draagt de onderneming echter zelf.

Kosten burn-out verzuim

Om een beeld te geven, een kleine rekensom op basis van gemiddelden:
Gemiddelde loonkosten: 250 euro per dag
22 werkdagen, dus 5.500 euro per maand
Gemiddeld 242 dagen verzuim bij burn-out, dus 60.500 euro
TNO stelt totale verzuimkosten: 2,2 maal loonkosten, dus 133,100 euro per werknemer met burn-out

Gemiddeld kost een werknemer met burn-out u dus ruim 133.000 euro. Zelfs als u een goede verzuimverzekering heeft, die 100% loondoorbetaling dekt, kost het u nog gemiddeld 72.600 euro.

Productiviteitsverlies werkstress

Het verzuimcijfer zegt niet alles. Werknemers die doorwerken met burn-out en klachten gerelateerd aan werkstress hebben een productiviteitsverlies van 25 tot 50%. Bij een totale loonsom van 1.000.000 euro, een gemiddelde van 12,5% werknemers met burn-out klachten en 37,5% (gemiddelde van 25 – 50%) productiviteitsverlies, lijdt het bedrijf dus 46.875 euro productiviteitsverlies. Bovendien is er een hogere kans op ongelukken op het werk en zullen medewerkers minder goede beslissingen nemen.

In een onderzoek van TNO geeft 44,2% van de werkgevers aan, hoge werkdruk als een probleem te zien. Dit is ook terecht, als we kijken naar de gevolgen voor de organisatie.

Investeren in burn-out herstel

Investeren in professionele begeleiding naar blijvend herstel van de burn-out betaalt zichzelf terug. Stel dat iemand sneller dan gemiddeld herstelt en daarmee eerder reïntegreert, levert dat duizenden euro’s aan besparing op. Het is dus niet alleen vanuit een wettelijk oogpunt goed om proactief te zijn bij de aanpak van beroepsziekten, maar ook vanuit economisch perspectief. Bovendien is het een win-win situatie voor werknemer en werkgever. De werkgever heeft iemand sneller terug en bespaart daarmee kosten, de werknemer krijgt professionele hulp en hoeft niet zelf te zoeken en te financieren.

Met ons exclusieve programma van 3 maanden kunnen wij de verzuimduur en daarmee de verzuimkosten drastisch verlagen. Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.

Marc Harens

Deze blog is geschreven door Marc Harens. Marc is eigenaar van BRN-OUT en is afgestudeerd in Bedrijfskunde en Commerciele Economie. Daarnaast heeft hij een Post HBO opleiding coaching afgerond en is hij erkend Running Therapeut. Hij blogt zowel vanuit een bedrijfskundig oogpunt over burn-out als over nieuwe inzichtichten in burn-out behandeling en beweging.

Marc HarensOprichter Brn-out

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Eduard

Na 9 jaar succesvol carrière te hebben gemaakt bij de groot internationaal bedrijf, had ik een carriereswitch gemaakt die niet goed uitpakte. Dit, gecombineerd met een verbroken relatie en een ongezonde levensstijl (work hard, party hard), heeft uiteindelijk tot mijn burn-out geleid. Toen ik de diagnose zware burn-out kreeg, was ik zeer vermoeid, had ik geen energie meer, deed mijn lijf zeer van de spanning en had ik het gevoel gefaald te hebben in relatie en werk. Via via kwam ik in contact met BRN-OUT en hun 3 maanden programma.

Lees meer

Susanne

Hartstikke bedankt voor de begeleiding en coaching van mij in het afgelopen half jaar! Je hebt me echt geholpen om uit mijn dal te komen en daarbij goede tools & tips gegeven. Daar kan ik echt mee verder. Ik heb dankzij jouw begeleiding naar herstel van mijn burn-out weer vertrouwen in de toekomst, iets dat ik helemaal kwijt was. Ik had echt niet gedacht te staan waar ik nu ben en daar ben ik trots op!

Lees meer