Workshop en test Burn-out en werken met werkstress

Test risico op burn-out

12 Fasen in het proces naar burn-out

Fasen in het burn-out proces

Persoonlijkheidskenmerken en voorspellen van een burn-out

Persoonlijkheidskenmerken en burn-out: Is een burn-out te voorspellen?

Je kunt tegenwoordig geen krant openslaan of je vindt een artikel over stress, overspannenheid of burn-out. Een rapport van het CBS heeft aangetoond dat een op de zeven werknemers kampt met burn-out klachten (CBS, 2015). Een opvallend gegeven hierbij is dat burn-out klachten relatief vaak voorkomen in het onderwijs en in de zorgsector. Hoe komt het nou dat deze groep vaker uitvalt en opgebrand thuis komt te zitten?

Oorzaken van een burn-out

Wanneer iemand burn-out klachten heeft wordt er in eerste instantie vaak gedacht aan het resultaat van een te hoge werkdruk. Volgens Schaufeli (2013) is hoge werkdruk inderdaad een goede voorspeller voor burn-out klachten maar een hoge werkdruk komt ook in veel andere beroepsgroepen voor. Is er dan iets anders aan de hand bij docenten en zorgverleners? En waarom krijgen sommige mensen die onder zware druk staan wel een burn-out en anderen niet?

Omgaan met stressvolle situaties

Naast werkdruk dragen ook andere factoren bij aan de ontwikkeling van een burn-out. De impact van stress hangt af van hoe iemand met een stressvolle situatie omgaat. Dit wordt ook wel coping genoemd. Mensen met een kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van een burn-out hebben over het algemeen vaker een vermijdende of een afleidende coping stijl (Bolger, 1990). Ze negeren bijvoorbeeld signalen van hun eigen lichaam dat aangeeft dat ze beter iets rustiger aan kunnen doen of ze zijn geneigd om hun negatieve gevoelens te dempen door alcohol, drugs of andere vormen van afleiding.

Daarnaast blijken burn-out klachten vaker voor te komen bij zogenaamde gevoelsmensen. Dit zijn mensen die zich emotioneel betrokken voelen bij hun werkzaamheden, die graag zorg dragen voor anderen en een groot empathisch vermogen hebben (Schaufeli & Bakker, 2013). Het lijkt er dus op dat bepaalde persoonlijkheidskenmerken bij kunnen dragen aan het ontwikkelen van klachten.

Persoonlijkheidskenmerken

Een interessante vraag is dan natuurlijk welke persoonlijkheidskenmerken een voorspeller kunnen zijn voor het ontwikkelen van een burn-out. En wellicht nog interessanter: zijn er persoonlijkheidskenmerken die er juist voor zorgen dat je veerkrachtiger bent?

In onderzoek naar persoonlijkheid wordt er vaak gebruik gemaakt van ‘The Big Five’. Dit is een model waarmee de persoonlijkheid van iemand beschreven kan worden aan de hand van vijf verschillende dimensies. Onderzoek naar de relatie tussen persoonlijkheidskenmerken en burn-out toont aan dat voornamelijk de persoonlijkheidskenmerken neuroticisme en extraversie in verband worden gebracht met burn-out klachten (Bakker, 2006). De dimensie neuroticisme refereert aan de mate van emotionele instabiliteit van een persoon. Iemand die hoog scoort op deze dimensie zal gemiddeld vaker last hebben van angstige of depressieve gevoelens. In de praktijk zie je vaak dat deze mensen gevoeliger zijn voor stress, moeite hebben met het verwerken van tegenslagen en zich sneller gefrustreerd of bedreigd voelen. De dimensie extraversie wordt gezien als de mate waarin iemand behoefte heeft aan sociaal contact en hier plezier aan beleeft. Mensen die hoog scoren op deze dimensie hebben vaak een groter sociaal netwerk dan mensen die laag scoren op deze schaal. Extraversie kan daardoor een beschermende factor zijn in relatie tot het ontwikkelen van burn-out klachten.

Gedrag en stress

Naast ‘The Big Five’ zijn er nog tal van andere kenmerken en gedragingen die in verband worden gebracht met burn-out klachten. Kenmerken die wellicht meer tot de verbeelding spreken zoals:

Aangezien deze eigenschappen veel voorkomen bij mensen die in de onderwijs- of zorgsector werken en er bij deze beroepen daarnaast vaak sprake is van een hogere emotionele belasting, is het niet opmerkelijk dat mensen in deze sector vaker kampen met burn-out klachten. Op zich zijn bovengenoemde eigenschappen natuurlijk positief en brengen ze vaak integere, gemotiveerde werknemers voort. Combineer deze eigenschappen echter met een hoge werkdruk en een gevoeligheid voor stress en het gevaar van een burn-out ligt op de loer.

Veerkracht

Gelukkig zijn er ook genoeg eigenschappen die ervoor zorgen dat mensen weerbaarder zijn tegen stress. Optimisme, een proactieve coping en een goed sociaal vangnet zijn een aantal voorbeelden van factoren die kunnen bijdragen aan veerkracht. Tevens helpt het natuurlijk om je bewust te zijn van je eigen krachten en valkuilen zodat je hier op een constructieve manier mee om kan gaan.

Tips voor meer veerkracht

Het is te kort door de bocht om te stellen dat je op basis van persoonlijkheidskenmerken kunt voorspellen of iemand een burn-out krijgt of niet. Het is echter wel zo dat sommige mensen een hogere kans hebben op het ontwikkelen van klachten. De manier waarop je met stress omgaat kan veel invloed hebben op de impact ervan. Gelukkig zijn er een aantal dingen die je zelf kan doen om beter om te gaan met stress, ongeacht wat voor persoonlijkheidstrekken of kenmerken je hebt.

  • Zorg goed voor jezelf door voldoende uit te rusten en voedzaam te eten. Als je meer wilt weten over gezonde voeding lees dan hier een artikel over voeding en burn-out.
  • Beweeg! Bewegen is een hele goede manier om stress te verminderen, je energieker te voelen en beter te slapen. Je kunt in dit blog meer lezen over de voordelen van beweging.
  • Oefen met het aangeven van je grenzen. Vraag een collega bijvoorbeeld of je op een later moment terug kan komen op zijn of haar vraag. Je kunt dan eerst goed nadenken of je tijd, zin of energie hebt om je collega te helpen.
  • Zoek steun in je omgeving. Praat met vrienden, familie of je collega’s. Vraag collega’s om hulp als je ergens niet uitkomt bijvoorbeeld. Of bespreek je gevoelens met een goede vriend(in).
  • Ontdek waar je energie van krijgt en wat je veel energie kost. Het is belangrijk dat hier een goede balans in zit.

Heb je vragen over stress of burn-out klachten? Of wil je graag leren hoe je constructief kan omgaan met werkdruk en een juiste balans vinden tussen inspanning en ontspanning? Wij helpen je graag! Geheel vrijblijvend kunnen we een keer kennismaken om te zien of we iets voor je kunnen betekenen.

Referenties
Alarcon, G., Eschleman, K. & Bowling, N. (2009). Relationships between personality variables and burn-out: A meta-analysis. Work & Stress Vol. 23(3), 244-263.
Bolger, N. (1990). Coping as a personality proces: A prospective study. Journal of Personality and Social Psychology, 59, 525-537.
Bakker, A.B., Zee, van der, K.I., Lewig, K.A. & Dollard, M.F. (2006). The Relationship Between the Big Five Personality Factors and Burnout: A Study Among Volunteer Counselors. The Journal of Social Psychology, 146(1) – 31-50.
Schaufeli, W. & Bakker, A. (2013). De Psychologie van Arbeid en Gezondheid. Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Psychologe en running therapeut Mieke Bakker

Dit blog is geschreven door Mieke Bakker. Mieke is psychologe en running therapeut bij BRN-OUT. Ze begeleidt clienten naar duurzaam herstel van de burn-out. Na haar studie psychologie heeft ze carrière gemaakt in het bedrijfsleven, waarna ze haar oude passie voor het begeleiden van mensen weer heeft opgepakt.

Mieke BakkerPsycholoog en running therapeut

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Voeding ondersteunt het herstel

Voeding en burn-out

Een burn-out wordt niet veroorzaakt door voeding en een burn-out kan ook niet worden “genezen” met voeding. Voeding heeft echter wel invloed op hoe je je voelt en hoeveel energie je hebt. Als we het hebben over voeding zijn er bijzonder veel verschillende adviezen te vinden en dat kan zeer verwarrend zijn. Dat elke dag diepvriespizza en knakworst met mayo niet gezond is, dat begrijpt iedereen. Wat is nu een gezond voedingspatroon dat energie geeft en hoe kan je dat in het dagelijks leven inpassen?

Hoe kan voeding helpen om te herstellen van een burn-out?

Je hoort het zo vaak: ‘Gezonde voeding is belangrijk!’ Dat is altijd zo en zeker tijdens een burn-out. Laat dit nu net een periode in je leven zijn waarin de kans groot is dat je de energie niet hebt om daar veel mee bezig te zijn. Om het je iets gemakkelijker te maken zal ik in deze blog enkele dingen kort uitleggen en je vooral voorzien van handige handvatten, die je met weinig moeite zo kunt toepassen. Je zult vooral lezen wat mag en wat goed voor je is qua voeding, want dat is immers waar je je op wilt focussen. Onderin vind je nog een korte lijst met producten die je beter iets minder kunt eten of helemaal weg zou kunnen laten. Let wel op, dit tweede is misschien ideaal, maar zeker geen vereiste. Elke kleine verandering is al 100% meer dan helemaal geen en zal al snel vruchten afwerpen, ook al heb je dat niet direct door. Probeer de dingen stap voor stap te doen en pak alsjeblieft niet alle adviezen tegelijk op. Heb je het lijstje in grote lijnen afgewerkt of heb je behoefte aan meer, praktischer en persoonlijker advies? Dan kun je ons altijd benaderen voor meer hulp.

Tijdens het herstel van een burn-out is het zaak om zo veel mogelijk goede voedingsstoffen binnen te krijgen. Voedingsstoffen die je lichaam helpen te herstellen. Denk hierbij aan het immuunsysteem dat een flinke klap heeft gekregen of het stresssysteem dat behoorlijk ontregeld is na alle overuren die het gemaakt heeft. Of, om weer langzamerhand dat vergeten energieke gevoel terug te krijgen. Voedingsstoffen dus om de ontstane tekorten aan te vullen en je vervolgens weer energie te geven om met je herstel aan de slag te gaan.

Hieronder enkele praktische tips om mee aan de slag te gaan:

Voeg groenten toe aan meerdere hoofdmaaltijden.

Groenten bevatten vitamines en antioxidanten, mineralen en voedingsvezels. Antioxidanten ruimen indringers op die je immuunsysteem kwaad doen en je moe maken. Vitamines en mineralen zijn de sleutels voor alle processen in het lichaam, waaronder herstel, de aanmaak van daadwerkelijke energie uit de voeding of het versterken van je immuunsysteem. Vezels zijn van belang voor een goede darmactiviteit, wat juist in deze periode extra belangrijk is. De darmen staan namelijk direct in verbinding met je mentale gesteldheid. Gaat het bovenin niet helemaal goed, dan kan het daar beneden behoorlijk van slag raken.

Eet je koolhydraten.

Veel mensen willen deze nogal eens laten staan, maar koolhydraten zijn de enige energiebron zijn voor de hersenen. Helaas zijn onder andere vergeetachtigheid, concentratieproblemen, hoofdpijnen, prikkelbaarheid en besluiteloosheid kwalen die opspelen tijdens de burn-out en laten deze zich nu net allemaal grotendeels in die bovenkamer afspelen. Des te belangrijker dus om de hersenen van energie te voorzien.
LET OP! Kies zo veel mogelijk voor volkoren producten, gemaakt van een volkoren meelsoort. Witte graanproducten geven je energie voor maximaal een half uurtje en ontnemen je energie voor de rest van de dag. Dus maak waar mogelijk de switch. Dit kan al beginnen door wit of meergranenbrood in te ruilen voor volkorenbrood. Of witte pasta in te wisselen voor een volkoren variant. Kies voor datgene wat jij nu kunt, de rest komt later wel.

Net zo makkelijk en heel veel winst: Kies eens voor peulvruchten!

Bruine bonen, kidneybonen, kikkererwten, linzen… Het zijn perfecte bronnen van zeer goede koolhydraten en een belangrijk soort vezel waar je darmen van zullen genieten. Ze zijn rijk aan vitamines en mineralen en verzadigen als de beste. Een pot of blik is zo geopend. Meng het met wat groenten en een handje noten, pesto of een stuk feta. Je kan het ook toevoegen aan een soep. Zo heb je een perfecte maaltijd in slechts een paar minuten op tafel.

Zorg voor goede eiwitten:
  • Kies vis: als het kan vette vissen zoals zalm, makreel, haring en sardines. Gerookte varianten, uit een blikje in olijfolie of water zijn ideaal want je hoeft er qua bereiding verder niks mee te doen. Lekker in pasta- of rijstgerechten, gemengd met je peulvruchten en wat groenten, in een salade of op een sneetje brood met een laagje spread eronder.
  • Eet eieren: zelfs dagelijks als je wilt. Eiwitten uit ei vindt ons lichaam heerlijk. Het kan deze eiwitten super goed opnemen. Je hebt er daarom veel aan. En gelukkig maar, want je kunt er heel veel mee. Geen zin om elke dag een ei te bereiden? Kook dan op maandag of andere dag naar keuze 7 eieren, bewaar deze in de koelkast en je hebt elke dag een heerlijk gekookt eitje ter beschikking. Lekker op een boterham of cracker met een dun laagje mayonaise en een paar plakjes tomaat!
  • Peulvruchten: ja zeker! Ook in dit rijtje verdienen ze een ereplaats. Ze zijn namelijk een goede bron van eiwitten. Nog meer reden dus om ze regelmatig te halen. En ook niet onhandig, ze bederven niet. Je kunt dus zo nu en dan een aantal potten inslaan en je hebt altijd iets in huis.
Zorg voor goede vetten:

Plantaardige vetten zijn van essentieel belang voor oneindig veel functies in ons lichaam en zeker voor de hormoonhuishouding. Net datgene wat behoorlijk ontregeld is. Lukt het jou om één of meerdere van de onderstaande tips te integreren in je dag?

  • Snack een handje noten: ongebrand en ongezouten is natuurlijk de beste keuze. Maar, ben jij toch meer een liefhebber van wel gebrand of gezouten? Kies dan gerust her en der ook eens daarvoor. Beter iets dan niets!
  • Garneer je maaltijd: of salade met olijfolie, een handje pitten zoals zonnebloem- of pompoenpitten of een eetlepel lijnzaad of sesamzaad.
  • Ga eveneens voor vette vis: (zie boven)
  • Zorg dat je regelmatig avocado’s in huis hebt: Zijn ze rijp? Leg ze dan in de koelkast, dan zijn ze zeker nog 2 weken houdbaar. Lekker op een volkoren boterham, door een salade of zelfs over je pasta met tomatensaus. En, niet te vergeten, heerlijk uit het vuistje met wat peper en zout.
Nog enkele extra tips:
  • Maak een pan soep: van je favoriete groenten, giet er bouillon over, laat 15 minuten koken en pureer met een staafmixer. Je kunt deze ongeveer een week in de koelkast bewaren en zo heb je zonder al te veel moeite dagelijks een kom groenten klaar.
  • Ontbijt 1-2 x per week eens met iets heel anders: variatie helpt je herstel. Opties zijn bijvoorbeeld naturel kwark of yoghurt met fruit, noten of muesli. Een kom havermout of brinta, roerei met spinazie en/of gerookte zalm, gebakken ei op een boterham met avocado, een fruitsalade met een hand fijngehakte noten, een smoothie van vers of bevroren fruit met naturel zuivel en als je durft 2 flinke handen spinazie (gebruik hiervoor een staafmixer met hoge kom of een blender).
  • Kies voor voorgesneden groenten! Uiteraard mag je ze ook apart kopen en zelf snijden, maar dit maakt het makkelijker voor jezelf en je kan gelijk kiezen voor een mix van meerdere soorten in een zakje.
  • Drink voldoende water: uitdroging veroorzaakt vermoeidheid. Wij adviseren om twee liter water op een dag te drinken.

Natuurlijk zijn er nog heel veel meer handige tips ten aanzien van gezonde voeding, maar dit is eerst wel even genoeg om een mooie start te kunnen maken. Het aller belangrijkste is: maak het jezelf niet te moeilijk!

Dan als laatste note, welke voeding kun je beter minderen of even helemaal laten staan?
  • koffie
  • alcohol
  • suikerrijke producten
  • bewerkt vlees
  • pakjes en zakjes voor bijvoorbeeld sauzen
  • grote hoeveelheden chocolade

Kom je er zelf niet uit of wil je meer advies voor jouw persoonlijke situatie? Neem dan contact met ons op. We helpen je graag om met voldoende energie aan je herstel te werken.

Bij onze behandeling wordt altijd gekeken naar het voedingspatroon. Gezonde voeding is essentieel bij het herstel van een burn-out. Tegelijkertijd is de herstelperiode van een burn-out niet het moment om drastische diëten te volgen. Het doel is om met praktische adviezen het voedingspatroon te verbeteren en daarmee het herstel te bevorderen.  

Voedingsexpert ten aanzien van energie

Dit blog is geschreven door Dafna Tsadok-Hai. Dafna is diëtiste en voedingsadviseur op haar eigen praktijk Diet Training and Health. Daarnaast ontwikkelt ze recepten voor HelloFresh en voor haar cliënten. Ze heeft zich gespecialiseerd in voeding en energie. Dafna is verbonden aan BRN-OUT als voedingsexpert.

Dafna Tsadok-HaiVoedingsexpert en diëtiste

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

hardlopen en burn-out

Burn-out en hardlopen – een update van het RUNtervention onderzoek

Steeds meer mensen ervaren de positieve bijdrage van lichaamsbeweging op lichaam en geest, maar ook in de wetenschap staat het onderzoek hiernaar niet stil. Eerder brachten we in onze blogs al het RUNtervention onderzoek naar de effecten van hardlopen op burn-out en stressklachten aan de Radboud Universiteit in Nijmegen onder de aandacht. Dit is het eerste Nederlandse onderzoek dat zich concreet richt op het verminderen van werk-gerelateerde vermoeidheidsklachten door middel van beweging. Voor depressie- en angstklachten was al langer bekend dat beweging een positief effect heeft op het verminderen van voorgenoemde klachten. Verrassend genoeg is dit voor werkgerelateerde vermoeidheidsklachten (burn-out klachten) nog niet goed onderzocht. Voor promovenda Juriena de Vries –zelf een fervent hardloopster – genoeg reden om diep in de materie te duiken om deze vraag te beantwoorden

Neerwaartse spiraal

Inmiddels hebben er aan haar onderzoek ruim tweeduizend mensen meegedaan. Zij werden met een tussenpoos van een jaar tijd twee keer gevraagd naar hun mate van fysieke activiteit en werk-gerelateerde vermoeidheid. Hieruit bleek dat mensen met een hoger activiteitsniveau een jaar later lagere levels van werk-gerelateerde vermoeidheidsklachten rapporteerden. Andersom rapporteerden mensen met meer werk-gerelateerde vermoeidheidsklachten een jaar later minder te bewegen. Dit is interessant, omdat dit mogelijk een neerwaartse spiraal aangeeft: meer vermoeidheidsklachten leiden tot minder beweging, wat weer leidt tot meer vermoeidheidsklachten. Daarnaast is in dit onderzoek ook gekeken of de mate waarin werk veel van je vraagt (bijvoorbeeld: snel werken, in korte tijd veel werk moeten verzetten) ook samenhangt met hoeveel je beweegt. Bewijs hiervoor is in dit onderzoek echter niet gevonden.

Kom van die bank af?!

Als we echt te weten willen komen of het meer bewegen een oorzaak of een gevolg is van de lagere gerapporteerde werk-gerelateerde vermoeidheid, is aanvullend onderzoek nodig. De Vries heeft hiervoor reeds een groep studenten met vermoeidheidsklachten onderzocht. Hierbij kreeg de helft van de studenten een running therapie programma aangeboden, waarbij er drie keer per week (2 maal onder begeleiding en 1 maal zelfstandig) op rustig tempo werd hardgelopen. De andere helft van de studenten kreeg dit hardloopprogramma pas op een later moment aangeboden, waardoor het effect van het running therapie programma op vermoeidheid goed kon worden onderzocht. Hierbij werd aangetoond dat vermoeidheidsklachten bij de studenten die deelnamen aan het hardloopprogramma significant afnamen. Dit onderzoek wordt momenteel opnieuw uitgevoerd onder de werkende populatie en de eerste resultaten worden binnenkort verwacht. Maar in de tussentijd kan het dus geen kwaad de hardloopschoenen vast aan te trekken! Juriena geeft je hieronder vast een aantal praktische tips wanneer je wilt gaat beginnen met hardlopen als je vermoeidheidsklachten hebt.

Drie praktische hardlooptips van Juriena:

  1. Bouw het hardlopen rustig op. Dit voorkomt blessures en zorgt ervoor dat je niet te vermoeid raakt van het hardlopen. Wissel daarom hardlopen af met stukken wandelen. Een eerste hardloopsessie zou bijvoorbeeld kunnen zijn: 5 minuten wandelen, 8×1 minuut hardlopen met steeds 2 minuten wandelen ertussen. Daarna weer 5 minuten wandelen als slot. Je kunt per week de minuten hardlopen voorzichtig uitbreiden en het wandelen steeds iets korter maken.

  2. Loop op een rustig tempo. Een rustig tempo betekent dat je een gesprek zou kunnen voeren tijdens het lopen. Als je merkt dat hardlopen toch te intensief is (een gesprek voeren lukt niet), vervang dan hardlopen door stevig doorwandelen.

  3. Focus je op het proces van het lopen, niet op de prestatie. Het in beweging zijn is belangrijker dan de afstand of de snelheid die je hebt gelopen.

 

Begrensd bewegen en hardlopen op basis van Running Therapie is een vast onderdeel in onze behandelprogramma’s. Er wordt hier altijd rekening gehouden met de individuele fysieke gesteldheid. Voor iedereen kan er een passend beweegprogramma gemaakt worden. Voor meer informatie kunt u altijd vrijblijvend contact met ons opnemen.

Bronvermelding:

Myrle Stouten-KempermanDit blog is geschreven door drs. Myrle Stouten-Kemperman. Momenteel is Myrle promovendus en schrijft een proefschrift over de neuro-psychologische effecten van de behandeling van kanker. Zij is bijzonder geboeid door de hersenen en het cognitief functioneren. Myrle is verbonden aan BRN-OUT als neuro-psycholoog.

Myrle Stouten-KempermanNeuro-psycholoog en neuro-wetenschapper

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Perfectionisme en burn-out

Perfectionisme en burn-out: gedoemd om te falen?

Wanneer je last hebt van burn-out klachten kun je vaak rekenen op goedbedoeld advies van mensen uit je omgeving. ‘Maak je niet zo druk!’ ‘Je moet de dingen gewoon meer loslaten’.  ‘Wees niet zo perfectionistisch!’  Want ja, perfectionisme is immers een van de grote valkuilen voor het krijgen van een burn-out… Of toch niet? Er worden veel onderzoeken gedaan naar de relatie tussen bepaalde karaktertrekken en burn-out klachten. De eigenschap ‘Perfectionisme’ krijgt daarbij steeds meer aandacht: in de afgelopen 20 jaar zijn er zo’n 43 studies gedaan naar de relatie ervan met burn-out.

Wat is perfectionisme?

Uit de literatuur  weten we inmiddels dat perfectionisme multidimensionaal is, waarbij in onderzoek perfectionisme met name wordt gezien als een combinatie van twee componenten. De eerste is ‘prestatiegericht perfectionisme’ en gaat over het hebben van een buitengewoon hoge standaard voor het eigen kunnen. Daarnaast is er nog ‘zelfkritisch perfectionisme’, waarbij je extreem kritisch naar jezelf kijkt en je zorgen maakt over het maken van fouten, met als centrale vraag “ben ik wel goed genoeg?” Deze twee componenten worden in onderzoeken vaak als aparte voorspellers gebruikt omdat zij wezenlijke andere karakterkenmerken vertegenwoordigen: prestatiegericht perfectionisme zou ook wel gezien kunnen worden als ambitie, en zelfkritisch perfectionisme als het hebben van een negatief zelfbeeld en slecht inzicht in het eigen kunnen.

De verbitterde zelfcriticus

Betekent dit ook dat deze componenten op een andere manier verband houden met het krijgen van een burn-out? Om hier antwoord op te kunnen geven hebben twee Engelse onderzoekers voor het eerst alle resultaten samengenomen en geanalyseerd van alle studies die de afgelopen 20 jaar gedaan zijn naar perfectionisme en burn-out.  Uit deze analyse bleek dat hoe hoger men scoort op zelfkritisch perfectionisme, hoe groter de kans was op het krijgen van een burn-out. Ook vertoonde zelfkritisch perfectionisme een sterke relatie met alle drie de onderzochte klachtgebieden van burn-out: verlaagde persoonlijke prestaties, vermoeidheid en zelfvervreemding. Je kunt vaak veel stress ervaren van het gevoel dat hieruit voortkomt: bijvoorbeeld dat je niet goed genoeg bent en je bang bent om fouten te maken. Daarbij komt dat in werksituaties deze relatie nog sterker blijkt: wanneer je met deze eigenschap ook nog onvoldoende erkend wordt voor je prestaties, ligt cynisme en daaropvolgend burn-out op de loer.

De ambitieuze doelensteller

Goed, tot zover klinkt dit allemaal vrij logisch. In contrast lijkt  prestatiegericht perfectionisme een heel andere relatie te vertonen met burn-out. Deze eigenschap heeft namelijk geen negatieve invloed op het ontwikkelen van burn-out, maar biedt zelfs in lichte mate bescherming tegen het ontwikkelen ervan.  Dat komt omdat het hebben van hoge standaarden en verwachtingen ervoor zorgt dat je op een proactieve manier handelt om deze doelen te bereiken. Deze manier van werken geeft voldoening, zeker als je je doelen ook daadwerkelijk bereikt.

Dit onderzoek laat zien dat, hoewel perfectionisme zeker ook zijn negatieve kanten heeft, bepaalde kanten ervan je ook kunnen helpen het beste uit jezelf te halen zonder jezelf te overbelasten. Belangrijk hierbij is dat perfectie niet het noodzakelijk criterium van succes is, maar dat de focus ligt op flexibiliteit, effort en doorzettingsvermogen. De goede kant van perfectionisme kun je alleen benutten, als je het niet halen van deze doelen ziet als iets waar je van kunt leren en je jouw interne zelfcriticus je dergelijke fouten laat vergeven. Dus: stel jezelf dus gerust doelen die je zou willen bereiken, maar focus je met name op de weg ernaartoe!

Bron: Andrew Hill & Thomas Curran, 2015. Multidimensional Perfectionism and Burnout: A Meta-Analysis. Personality and Social Psychology Review. 

Myrle Stouten-KempermanDit blog is geschreven door drs. Myrle Stouten-Kemperman. Momenteel is Myrle promovendus en schrijft een proefschrift over de neuro-psychologische effecten van de behandeling van kanker. Zij is bijzonder geboeid door de hersenen en het cognitief functioneren. Myrle is verbonden aan BRN-OUT als neuro-psycholoog.

Myrle Stouten-KempermanNeuro-psycholoog en neuro-wetenschapper

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Het brein en stressreactie

Je brein in de ban van stress

In de vorige blogs (cognitieve beperkingen bij een burn-out en cognitieve problemen bij een burn-out; de dagelijkse realiteit) hebben jullie kunnen lezen over de effecten van burn-out op cognitie. Maar achter cognitieve functies schuilt natuurlijk een zeer belangrijk orgaan: je brein. Hoe zit het daar eigenlijk mee als je stress hebt? Dr. Ilya Veer van de Universiteit Leiden onderzocht het.

Fight, flight or freeze

Wanneer je te maken krijgt met een stressvolle gebeurtenis, is je brein het eerste dat reageert. Dit begint bij de amygdala, dat onderdeel uitmaakt van het circuit dat onder andere betrokken is bij angstregulatie. Razendsnel worden er dan vervolgens door het autonome zenuwstelsel, dat via de hersenstam in verbinding staat met de amygdala, stresshormonen (zoals adrenaline en noradrenaline) aangemaakt. Dit maakt dat je in staat bent direct, zelfs onbewust, te reageren op de stressvolle situatie. Tegelijkertijd treedt er ook nog een tweede, langzamer systeem in werking (via de hypothalamus-hypofyse-bijnierschors (HPA)-as), met als resultaat de verhoging van het stresshormoon cortisol. Dit tweede systeem dient tevens als een rem: als de stresssituatie voorbij is en je brein niet langer gevaar ziet, dalen de cortisol waarden weer en krijgt je systeem een seintje waardoor je weer in optimale balans komt, ook wel homeostasis genoemd. Dit herstel ervaar je als het wegebben van het gestresste gevoel.

De stress voorbij

Wat we echter nog niet precies weten is hoe je brein omgaat met de ‘aftermath’ van een stressvolle situatie. Veer onderzocht of netwerken in ons brein anders communiceren na stress dan ervoor. Om een stresssituatie te creëren, lieten de onderzoekers een deel van de deelnemers spontaan een presentatie voorbereiden voor een commissie van bekenden – een test voor sociale stress. Een uur na deze test werd er een MRI scan van de hersenen gemaakt terwijl mensen rustig stil lagen (een zogenaamde Resting State fMRI). Verder werd ook het effect van stress op het werkgeheugen gemeten. Bij deze test moesten mensen op een knop drukken als ze een bepaalde letter op een scherm zagen verschijnen. In de tussentijd verschenen er plaatjes van neutrale en negatief emotioneel geladen beelden (de ‘afleiders’) die mensen moesten negeren.

In dit onderzoek werd gevonden dat het voor mensen die de stress test hadden moeten ondergaan lastiger was de negatieve emotionele plaatjes te negeren. Dit uitte zich onder andere in verhoogde hersenactiviteit van de amygdala. Andere delen van het brein, die juist verantwoordelijk zijn om hier controle over te houden vertoonden juist minder activatie. Het lijkt er dus op dat we geneigd zijn om zelfs een uur na een stress situatie meer aandacht te besteden aan informatie die negatief emotioneel geladen is. Verder zagen de onderzoekers dat tijdens de Resting Stage fMRI de amygdala sterker communiceerde – ook wel functionele connectiviteit genoemd- met andere netwerken in het brein in de nasleep van stress. In dit geval ging het om gebieden die betrokken zijn bij emotieregulatie en het autobiografisch geheugen. Maar wat betekent dit nu precies? Wellicht is je brein op dat moment nog steeds bezig de stressvolle ervaring te analyseren, zo zegt Veer. Dit is interessant omdat er op dat moment geen andere fysiologische kenmerken van stress meetbaar waren, zoals een verhoogde hartslag. Wel hadden de mensen die de stress test hadden ondergaan nog hogere cortisolwaarden.

Vervolgonderzoek

Omdat we eigenlijk nog heel weinig weten over waarom de ene de persoon beter met stress om kan gaan dan de ander, kan dit onderzoek een opstap zijn naar vervolgonderzoek. Dit onderzoek laat immers zien dat er ook langere tijd na een stressmoment effecten te zien zijn in het brein. Wellicht kunnen in de toekomst mogelijk beter inschatten wie kwetsbaar is voor stress, en kunnen stress gerelateerde ziekten zoals depressie en burn-out beter behandeld worden.

Bron: https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/31594 

Myrle Stouten-KempermanDit blog is geschreven door drs. Myrle Stouten-Kemperman. Momenteel is Myrle promovendus en schrijft een proefschrift over de neuro-psychologische effecten van de behandeling van kanker. Zij is bijzonder geboeid door de hersenen en het cognitief functioneren. Myrle is verbonden aan BRN-OUT als neuro-psycholoog.

Myrle Stouten-KempermanNeuro-psycholoog en neuro-wetenschapper

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Runtervention

RUNtervention: ren jezelf je burn-out uit

Bewegen als middel tegen psychische klachten is hot. De laatste tijd komen we in het nieuws steeds vaker berichten tegen dat beweging niet alleen een positieve werking heeft op het lichaam, maar ook op de geest. Verschillende studies hebben laten zien dat regelmatig bewegen in positieve zin kan bijdragen aan het welzijn (denk aan stemming, slaap en zelfbeeld) en aan het cognitief functioneren. Ook voor depressieve klachten en angstklachten wordt beweging al als interventie ingezet om klachten te reduceren.

Hardlopen en mentale gezondheid: het RUNtervention onderzoek

In de burn-out behandeling van BRN-OUT is regelmatig bewegen ook een vast en belangrijk onderdeel, dat door veel deelnemers positief beoordeeld wordt. Nu is er echter nog weinig onderzoek gedaan naar beweging als behandeling van burn-out. In 2014 is hierom het onderzoek ‘RUNtervention’ van start gegaan aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Juriena de Vries van de onderzoeksgroep ‘Work, Health & Performance’. Dit onderzoek richt zich op het verminderen van werkgerelateerde klachten (zoals vermoeidheid en burn-out) door middel van beweging.

Het doel van het RUNtervention onderzoek is tweeledig: Aan de ene kant wil de Vries gaan onderzoeken of regelmatig hardlopen vermoeidheid en stressklachten kan verminderen. Aan de andere kant is de vraag of regelmatig hardlopen de (mentale) gezondheid en werkgerelateerde uitkomsten kan verbeteren. Bij (mentale) gezondheid kun je denken aan het geloof in eigen kunnen, cognitief functioneren en welbevinden. Onder werkgerelateerde uitkomsten vallen bijvoorbeeld je productiviteit, werkbeleving en werkvermogen.

Spelen andere factoren dan geen rol?

Om dit onderzoek goed te kunnen uitvoeren is het belangrijk om twee groepen mensen te vergelijken: een groep werknemers met werkgerelateerde klachten die het hardloopprogramma van het onderzoek volgen, versus een groep werknemers die pas in een later stadium gaat beginnen met het hardloopprogramma. Het is belangrijk om het onderzoek op deze manier op te zetten om zo goed mogelijk de bijdrage van het hardlopen aan de klachten te kunnen onderzoeken. Tegelijkertijd kan zo ook onderzocht worden wat het natuurlijk verloop van klachten is bij deelnemers die niet hardlopen. Deelnemers hebben 50% kans om in de groep terecht te kunnen die onmiddellijk het hardloopprogramma aangeboden krijgt. Bij beiden groepen worden er dan voorafgaand aan de start van het programma enkele testen afgenomen.

Natuurlijk is het wel belangrijk om rekening te houden met andere factoren dan het hardlopen die van invloed kunnen zijn op de resultaten. Daarom kunnen er alleen deelnemers meedoen aan het onderzoek die momenteel niet onder psychologische behandeling zijn, medicijnen nemen om hun klachten te verminderen of zelf al heel regelmatig sporten. In totaal hoopt de Vries 120 deelnemers te werven die verdeeld worden over de twee groepen. Tijdens het onderzoek lopen deelnemers gedurende 6 weken drie keer per week hard, waarvan twee keer onder begeleiding. De nadruk ligt hierbij niet op het presteren, maar op je prettig voelen tijdens het bewegen. Daarom gebeurt het hardlopen ook in rustig tempo.

Moet ik nu hardloopschoenen gaan kopen?

Over ongeveer een jaar zijn naar verwachting de eerste onderzoeksresultaten bekend. Natuurlijk zijn we heel benieuwd of RUNtervention het goede gevoel kan bevestigen dat veel mensen ervaren, nadat ze heerlijk hebben hardgelopen in een periode waarin je goed voelen niet vanzelfsprekend is. Hoe dan ook zullen de resultaten na publicatie hier uitgebreid terug te lezen zijn.

Bron: Voor meer informatie over Juriena de Vries: http://www.ru.nl/bsi/research/work-stress-health/abstracts-phd/vries-juriena-de en het RUNtervention onderzoek: http://www.runtervention.nl.

Wetenschappelijke achtergrondliteratuur

Bernaards CM, Jans MP, Van den Heuvel, SG, Hendriksen, IJ, Houtman, IL, Bongers, PM (2006). Can strenuous leisure time physical activity prevent psychological complaints in a working population? Occup Environ Med 63: 10-16. doi: 10.1136/oem.2004.017541

Feuerhahn N, Sonnentag S, Woll A (2014) Exercise after work, psychological mediators, and affect: A day-level study. Eur J Work Organ Psychol 23: 62-79. doi:10.1080/1359432X.2012.709965

Gerber M, Brand S, Elliot C, Holsboer-Trachsler E, Pühse U, Beck J (2013). Aerobic exercise training and burnout: a pilot study with male participants suffering from burnout. BMC Research Notes 6: 78. doi: 10.1186/1756-0500-6-78

Jonsdottir IH, Rödjer L., Hadzibajramovic E., Börjesson M, Ahlborg G (2010) A prospective study of leisure-time physical activity and mental health in Swedish health care workers and social insurance officers. Preventive Medicine 5: 373-377. doi:10.1016/j.ypmed.2010.07.019

 

Myrle Stouten-KempermanDit blog is geschreven door drs. Myrle Stouten-Kemperman. Momenteel is Myrle promovendus en schrijft een proefschrift over de neuro-psychologische effecten van de behandeling van kanker. Zij is bijzonder geboeid door de hersenen en het cognitief functioneren. Myrle is verbonden aan BRN-OUT als neuro-psycholoog.

Myrle Stouten-KempermanNeuro-psycholoog en neuro-wetenschapper

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Cognitieve problemen bij een burn-out

Cognitieve problemen bij burn-out: de dagelijkse realiteit?

Wanneer we het hebben over cognitieve problemen (bijvoorbeeld geheugen- en concentratieproblemen) dan is het belangrijk onderscheid te maken tussen cognitieve klachten en cognitieve prestaties. Iemand kan zelf het gevoel hebben cognitief slecht te presteren maar dit hoeft niet altijd zo te zijn. Andersom is ook mogelijk: je hoeft niet altijd klachten te ondervinden van een cognitief mindere prestatie. Dit noemen we de discrepantie tussen subjectief en objectief cognitief functioneren. Om meer te weten te komen over hoe iemand echt presteert, dus objectief gezien, worden cognitieve tests gebruikt -ook wel neuropsychologische tests genoemd. Er zijn heel veel verschillende soorten tests omdat er ook veel verschillende cognitieve domeinen zijn. Zo zijn er tests die aandacht meten, maar ook tests voor geheugen (verbaal of visueel), verwerkingssnelheid en concentratie.

Cognitieve prestatie: algemeen of specifiek?

Er zijn voor burn-out relatief weinig onderzoeken gedaan naar cognitieve prestatie. Zoals in een eerdere blog al genoemd is, rapporteren mensen met burn-out wel vaak cognitieve klachten, zoals problemen met concentratie en geheugen. Enkele studies hebben geprobeerd deze klachten door middel van cognitieve tests te objectiveren. Deze studies geven wel een indicatie dat er inderdaad problemen zijn met cognitieve functies bij mensen met burn-out, maar geven nog geen goed antwoord op de vraag of dit meer globale problemen zijn of problemen in een specifiek domein.

Recentelijk is er in Nederland aan de Radboud Universiteit in Nijmegen een studie uitgevoerd door Oosterholt en collega’s (Oosterholt et al., 2014). Uniek aan deze studie is dat zij gekeken hebben naar cognitieve prestatie in drie aparte groepen, namelijk 1) bij mensen die gediagnosticeerd waren met burn-out, 2) bij mensen met burn-out klachten maar zonder officiële diagnose en 3) bij mensen zonder burn-out klachten. De tests die zij in dit onderzoek gebruikten waren vooral geschikt om een indicatie te geven over het globaal cognitief functioneren en het executief functioneren – op dat laatste doe je een beroep wanneer je bijvoorbeeld snel moet wisselen tussen verschillende taken. Uit al deze tests kwam naar voren dat mensen met een burn-out diagnose taken significant langzamer doen dan mensen zonder burn-out, ook al behaalden ze wel vergelijkbare resultaten (objectief). Dit kan een signaal zijn dat deze mensen meer moeite hebben met algemene cognitieve verwerking, niet specifiek gebonden aan een bepaald domein. Desondanks rapporteerde de groep met burn-out diagnose wel dat de tests hen veel moeite kostte, significant meer dan de andere twee groepen (subjectief).

De dagelijkse realiteit

Betekent dit nu dat mensen met een burn-out diagnose in het dagelijks leven prima kunnen functioneren wanneer ze hier meer moeite voor doen en langer de tijd krijgen? Zo simpel ligt het helaas niet. We weten al langer dat veel cognitieve tests geen een-op-een relatie laten zien met hoe iemand zijn cognitief functioneren dagelijks ervaart. Ook kan iemand het prima doen op een cognitieve test, maar deed deze persoon het voor zijn burn-out wellicht nóg beter. Dit kun je alleen weten wanneer je een persoon langer in de tijd kunt volgen, het liefst voor en na een burn-out. Voorlopig blijft het dus nog belangrijk om onderzoek te doen naar het verloop van cognitieve prestaties, in relatie tot cognitieve klachten in het dagelijks leven.

Bron: Bart G. Oosterholt, Joseph H. R. Maes, Dimitri Van der Linden, Marc J. P. M. Verbraak1, and Michiel A. J. Kompier. Cognitive performance in both clinical and non-clinical burnout. Stress, 2014.

 

Myrle Stouten-KempermanDit blog is geschreven door drs. Myrle Stouten-Kemperman. Momenteel is Myrle promovendus en schrijft een proefschrift over de neuro-psychologische effecten van de behandeling van kanker. Zij is bijzonder geboeid door de hersenen en het cognitief functioneren. Myrle is verbonden aan BRN-OUT als neuro-psycholoog.

Myrle Stouten-KempermanNeuro-psycholoog en neuro-wetenschapper

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.

Cognitieve beperkingen bij een burn-out

Cognitieve beperkingen bij burn-out

Bij mensen met een burn-out klinken de termen vermoeidheid, moeite met concentreren en onthouden en verminderde motivatie vaak bekend in de oren. Maar betekent dit nou dat je, als je een burn-out hebt, ook daadwerkelijk slechter functioneert? En zo ja, welke mechanismen zitten hier dan achter? Klinisch psycholoog Arno van Dam  promoveerde in april 2013 op zijn onderzoek naar aanhoudende cognitieve beperkingen bij burn-out. Een onderzoek dat een aantal interessante inzichten opleverde.

Prestatie en vermoeidheid

Zoals eerder onderzoek al heeft aangetoond, lijken mensen met een burn-out vooral slechter te presteren op taken die complex zijn, bijvoorbeeld wanneer je je op meerdere dingen tegelijk moet concentreren. Wanneer mensen met een burn-out zo’n ingewikkelde taak moeten doen maken zij meer gebruik van een minder effectieve strategie die minder inspanning vergt. Echter, mensen ervaren wel veel spanning tijdens het doen van zo’n taak. Daarom is het niet waarschijnlijk dat mensen expres een minder effectieve strategie gebruiken maar lijkt dit een aanwijzing voor cognitieve beperkingen.

Het kan ook zijn dat mensen onbewust een minder effectieve strategie gebruikten omdat ze niet gemotiveerd waren om zich in te spannen. Om dit te testen deed iedereen het taakje nog eens, maar dit keer werd aan iedereen verteld dat diegene die het beste zou presteren een financiële beloning zou krijgen. Hieruit bleek duidelijk dat de prestaties van mensen met burn-out moeilijk van buitenaf beïnvloedbaar zijn. Sterker nog, het helpt averechts wanneer je mensen met een burn-out probeert te motiveren door ze geld te geven bij betere prestaties: de aversie tegen het uitvoeren van de taak wordt dan alleen nog maar groter.

Aan een gebrek aan motivatie (willen) ligt het volgens van Dam daarom niet, maar eerder aan het niet in staat zijn om beter te kunnen presteren door cognitieve beperkingen. Overigens heeft die slechtere prestatie ook niet speciaal iets te maken met de beleving  die mensen met burn-out hebben van eigen vermoeidheid. De relatie tussen  hoe zij hun vermoeidheid beoordeelden en hun prestatie was vergelijkbaar met mensen die bijvoorbeeld depressief of angstig waren.

Herstel

Er is tot op heden nog maar weinig onderzoek gedaan naar herstel van burn-out op de lange termijn. Uit het onderzoek van van Dam bleek dat 85% van de deelnemers -die allemaal cognitieve gedragstherapie hadden gehad- na twee jaar niet meer voldeed aan de diagnose burn-out. Uitstekend nieuws, zou je zeggen. Toch ervoeren deze mensen nog steeds meer uitputting, vermoeidheid, depressieve klachten en algemene psychopathologie dan mensen die geen burn-out hebben gehad. Goed herstel van burn-out is, mede dankzij steeds effectievere behandelmethoden, dus zeker mogelijk. Echter het traject naar volledig herstel neemt doorgaans wel veel tijd in beslag.

Bron: Het volledige proefschrift van dr. Arno van Dam kunt u hier downloaden: https://www.researchgate.net/publication/256456700_Studies_on_cognitive_performance_in_burnout.

Myrle Stouten-KempermanDit blog is geschreven door drs. Myrle Stouten-Kemperman. Momenteel is Myrle promovendus en schrijft een proefschrift over de neuro-psychologische effecten van de behandeling van kanker. Zij is bijzonder geboeid door de hersenen en het cognitief functioneren. Myrle is verbonden aan BRN-OUT als neuro-psycholoog.

Myrle Stouten-KempermanNeuro-psycholoog en neuro-wetenschapper

© Niets van dit artikel mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden of ongevraagd overgenomen worden.